Wanted dead or alive
Wanted dead or alive
30 September 2008 :: 17:45

Op de fiets

Ik heb wind tegen en stoemp de brug op. Boven zie ik van de andere kant twee meisjes aan komen fietsen. Een gordijn van regen daalt op ons neer en een van de meisjes strijkt met een hand de natte slierten haar uit haar gezicht. De andere hand houdt stevig het stuur vast, maar toch slingert ze. Bijna duwt ze haar vriendin tegen de brugleuning. Die kan net op de fiets blijven zitten.
Ze schreeuwt iets tegen haar vriendin, ik kan de eerste woorden al opvangen.
"Ik! Ga! Nooit! Meer!"
De rest wordt weggeblazen. Het lijkt de meisjes niet te deren, want als ze mij passeren lachen ze. Een beetje regen en wind krijgt hen niet klein.

----

Tussen twee buien door fiets ik naar huis. Op mijn racefiets, in mijn wielrenkleding.
Het verkeerslicht staat op rood als ik aan kom rijden. Er staan twee jongens te wachten, zo'n jaar of veertien, vijftien oud. Als ik naast ze kom staan, zie ik ze kijken en eentje begint onrustig met zijn fiets naar voren en achteren te schuiven. Hij lijkt haast te hebben.
Het licht springt op groen en de jongen stuift ervandoor. Ik moet eerst mijn schoen nog inklikken en dan ben ik ook weg. Na een meter of vijftig haal ik de jongen bij en hij kijkt me uitdagend aan.
"Hop, doorrijden!" Ik maan de jongen aan tot actie. "Zo kan ik toch nooit uit de wind rijden?"
De jongen kijkt even naar zijn makker, besluit daar niet op te wachten en trekt op. Tot aan het station geeft hij alles wat hij in zich heeft en hij beweegt zich behendig langs stilstaande auto's, overstekende oma's en afslaande fietsers.
Bij het station is het afgelopen en rij ik hem voorbij. Nog net vang ik op wat hij tegen mij schreeuwt.
"Ik zit onder mountainbike!"
Ik kijk om en zie hem nog trots stralen omdat hij mij voor is gebleven. Mijn duim gaat de lucht in. Goed gedaan, jongen, je hebt mijn dag gemaakt!
29 September 2008 :: 17:29

Uitgerust

Voor mijn werk moet ik de Wereldkampioenschappen Wielrennen op de Weg kijken. Nogal een opgave, met mijn wielrenhart. J. zit naast me een boek te lezen en ik kruip tegen haar aan. Daardoor draait wat ik zie met een kwart en kijk ik enigszins ingespannen.
"Ik ga zo naar beneden, hoor, ik moet nog even werken." J. waarschuwt me dat ik zo niet kan blijven liggen, maar voorlopig wil ik er even van genieten. En ik ga weer op in de wedstrijd, waar zoals gewoonlijk op een WK de eerste paar uur niks gebeurt.

Een uur later schrik ik wakker van de wekker. Verstrooid kijk ik om me heen en zie en hoor de TV beelden en geluid uitstoten dat ik niet meteen kan plaatsen. Ik lig onder een dekentje.
Mijn mobiele telefoon gaat en ik zie J. op het venster staan. Ik neem op.
"He lieverd, je viel zo lekker in slaap. Maar nu is het weer tijd om verder te kijken, hoor. Je moet aan het werk."
28 September 2008 :: 23:40

Eventjes geduld nog, de plicht roept

Oh, wat zou ik u nu graag een stukje willen presenteren over mijn duim die dienst weigert en hoe ik gedopeerd een cross heb gereden. Over hoe heerlijk weer het dit weekend was en wat we genoten hebben van dit laatste zomerstuipje. Wat had ik u graag verteld dat ik mijzelf uiterst nuttig maakte bij de verhuizing van mijn schoonzus door alleen in de weg te lopen en met haar buurvrouw te beppen. Ik had u nog kunnen vertellen over de gezellige pannenkoekenpartij met J. en het ietwat uit de hand gelopen diplomadinertje van mijn zwager. Over hoe verliefd ik ben op het nieuwe Adobe CS4 (de creabea's onder u weten waar ik het over heb). Over hoe een huis vier maanden na de verhuizing nog niet af raakt en dat waarschijnlijk ook wel nooit zal zijn. Over het feestje op zaterdagavond waar ik J. eindelijk eens heb zien optreden (hulde voor J. Sowieso!).
Maar net als Octavie ben ik druk druk druk en bovendien roept morgen de plicht weer en nu J. dat ik naar bed moet komen. En laat ik nu in dat laatste net iets meer zin hebben dan in het schrijven van al deze stukjes.

Slaap lekker.
26 September 2008 :: 07:52

Jeuk

Het jeukt en ik wil krabben. Pulken, scheuren en dan precies zo ver dat er een druppeltje bloed tevoorschijn komt. Dat dan met je vinger wegvegen en deze vinger aflikken voor een fijne ijzersmaak.
Vorige week ben ik met de fiets bruut onderuit gegaan. Natuurlijk midden in de stad, terwijl ik een beetje zat te showen op mijn veldrijfiets. Soepel van de fiets afstappen als je nog rijdt en 'm in een zwaai op je nek gooien. Maar in plaats daarvan bleef mijn linkervoet in mijn trapper hangen, gooide ik de fiets tegen mijn nek en lag ik languit op de grond. Even uit frustratie met mijn vuist op de grond slaan, dan uiterst relaxed opstaan en zeggen: "Normaal gaat dat veel soepeler, hoor."
Maar van binnen zat ik de pijn te verdringen en de blessures te tellen. Gekneusde duim, knie en enkel open en een beetje duizelig. Mooi, daar hebben we over een week nog last van.
En nu zijn we een week verder en heb ik er inderdaad nog last van. Oké, de hoofdpijn is over, maar mijn duim doet nog steeds pijn en de korsten op mijn knie en enkel jeuken. En nu wil ik dus gaan pulken, zodat je zo'n plekje rauw vlees krijgt. Ik weet dat het ranzig klinkt en het een litteken oplevert, maar deden we dat vroeger niet allemaal? Pulken was een nationale hobby.
Ik ben alleen nog aan het twijfelen of een litteken een te groot offer is voor dit jeugds genot.
25 September 2008 :: 08:13

Ik moest eraan geloven

Ik hou niet zo van films, het boek is altijd beter. Dus voor mij op de middelbare school geen praktijken als de film huren, verslagje kopiëren en dan een voldoende halen. Nee, dat fim huren sloeg ik over (ja, ik heb natuurlijk niet elk boek gelezen dat op mijn lijst stond. In elk geval niet voor Engels en Duits. Weet je hoe saai Duitse boeken zijn? Echt ongelofelijk. 'Het parfum' en 'Ik Ali' las ik nog met plezier, maar yo, die rest heb ik lekker geskipt. Alleen Nederlands van na de oorlog, die lijst kon ik zo'n vier, vijf keer invullen. Op zijn minst.).
Nu wil echter het geval dat J. geen neerlandicus is. Niet dat zij geen boeken leest, maar zij staat wel open voor een avondje filmvermaak. Over het algemeen weet ik dat lang te rekken, maar gisteravond kon ik het niet meer tegenhouden. J. stond erop. "Cyriel," zo zei ze, "wij gaan nu lekker een filmpje kijken."
"Wat?" Ik keek enigszins verward op uit mijn boek. Als ik lees, krijg ik niet zo veel mee, dus moest J. het herhalen.
"Cyriel," zo zei ze, "wij gaan nu lekker een filmpje kijken." Het klonk niet als een optie, eerder als een verplichting.
Maar ik moet zeggen, ze had er werk van gemaakt. Ik kreeg een nieuwe fles whisky. ("Er moet bij ons meer gedronken worden," eiste ze. Ze is natuurlijk wel dokter en dan moet je een alcoholprobleem krijgen. En een glaasje in de maand is ook wel weinig.) Er kwam een plankje met kaas op tafel. De lichten werden gedimd en de kaarsjes aangestoken. Snel nog even douchen en dan lekker tegen elkaar aan onder een dekentje op de bank. J. drukte op de playknop op de afstandsbediening.

En ik moet zeggen, het was eigenlijk best gezellig. Misschien moet ik toch wat meer openstaan voor zulke dingen.
23 September 2008 :: 23:18

Powerrrr Cyriel

Soms moet je daadkrachtig zijn, vastbesloten. In een seconde wik en weeg je wat je zou moeten doen. Wat het je kost, wat het je oplevert. Je hebt slechts een keuze: doen of niet doen, dat is de vraag.
Dus als je op het Centraal Station van Amsterdam op je zusje wacht, dan loop je toch maar de slechtste cd-zaak van Nederland binnen en weer uit met het lekkerste liedje van dit moment.
19 September 2008 :: 17:21

Is het tuig? Is 'ie stoer? Nee, het is Cyriel

Rond mijn vierde verjaardag stampvoette ik, schreeuwde ik de buurt bij elkaar, gilde ik urenlang in de winkel, enkel met een doel: ik wilde een oorbel. Want hé, met een oorbel word je vanzelf een piraat.
Nu is mijn moeder een rare: zij besloot dat het ook wel stoer zou zijn, een ringetje in mijn oor. Dus nam zij mij mee naar een sieradenwinkel, de verkoopster nam een tang en ik beet op mijn lip: met zijn drieën hadden we van mij een Stoere Knul gemaakt.
En dus loop ik sindsdien rond met zilver door mijn lel. Het heeft me geholpen het onderscheid tussen links en rechts te leren; ik hoefde enkel aan mijn oor te voelen en ik wist dat daar waar mijn oorbel zat, links was. Bij leeftijdsgenoten maakte ik meteen indruk (later bleek ik eerder zachtaardig dan stoer, maar hé, die eerste indruk is ook belangrijk). En voor verjaardagen was een cadeau simpel: een nieuwe oorbel, want het ringetje moest natuurlijk meegroeien.

We zijn nu dus al zo'n 24 jaar onafscheidelijk, mijn oorbel en ik. Er zijn genoeg mensen die het niks vinden en J. heeft me al vaak geprobeerd over te halen even mijn oorbel uit te doen, maar ik kan het niet. Zonder oorbel voel ik me namelijk naakt.
Echt waar.
18 September 2008 :: 23:03

Waar is de zomer?

Diep in mij schuilt een neger. Of mijn moeder is op zijn minst vreemdgegaan met een Italiaan. Nee, effe serieus, ik ben gemaakt voor een warm klimaat. Niks dat koude gedoe hier. Het is dat het moet, maar ik kwam er anders mijn bed niet voor uit. Afgelopen week in Rome heeft dat alleen maar bevestigd. Ik leefde op, mensen, ik ontdooide.
Onder de vijfentwintig graden Celsius? Ik noem het winter. En wat brengt de winter? Korte dagen, een ijzige wind, zeven lagen kleding en bevroren vingers. Kortom, genoeg voor een seizoensdepressie. Ik kan dan ook niet zeggen dat ik er niet naar uitkijk.

Ik wil niet lekker knus onder twee lagen dekbedden. Nee, ik wil naakt mijn bed uitzweten.
Ik wil niet gezellig binnen onder de kerstboom zitten. Ik wil onder de sterrenhemel barbecueën.
Ik wil geen te gekke muts op. Doe mij maar die zwembroek.
En warme chocomel met slagroom? Nee, liever een witbiertje met citroen.

Er zijn twee dingen goed aan de winter: veldrijden en dat de lente erop volgt. Maar verder mogen ze 'm van mij afschaffen. Dus hebt u nog een zomertje op de zolder: ik neem 'm graag van u over.

- Edit: ik hoor zojuist op het nieuws dat er vannacht kans is op vorst aan de grond. Baf. De depressie is binnen.
18 September 2008 :: 00:43

Onsterfelijk

Een oermens, dat is 'ie. Op dezelfde dag jarig als ik, jaartje of dertien ouder. Maar jong. En sportief. Je geeft 'm zijn leeftijd niet, zeg maar. Alleen, hij kwam laatst met de boodschap dat hij een bril moest. Hij zag niet meer zo scherp.
Daar schrok hij wel even van. Want hij kon zich tot nu toe niet voorstellen dat hij ooit ouder zou worden. Ja, natuurlijk, hij viert elk jaar zijn verjaardag en telt lekker mee, maar voor z'n gevoel had hij best wat jaartjes over kunnen slaan. Toch blijken zijn ogen wat minder en dat wijt hij ondanks alles aan zijn leeftijd.

Ik heb dat ook, dat gevoel van onsterfelijkheid. Laatst zaten J. en ik in het vliegtuig en zei J. ineens: "Stel je voor, net als bij Madrid laatst. Nu zitten we nog samen en over vijf minuten zijn we er niet meer." Ja, dat kan, maar dat gebeurt niet. Ik ga niet dood.
En het is dat ik werk, maar ik voel me nog steeds een student. Nu ja, qua leeftijd dan. Mijn sociale leven heeft weinig meer van mijn studietijd, maar ik voel me niet zo oud als ik pak 'm beet tien jaar geleden mensen van mijn huidige leeftijd schatte. Want jee, die waren volwassen en zo. En ik? Uhm, ik ben in elk geval niet volwassen. Dat lijkt maar zo.

Nu moet u niet denken dat ik overmoedig ben, of dat ik een rotsvast vertrouwen in de wetenschap heb. Ik geloof niet dat ik onsterfelijk ben, maar zo voel ik me wel. Ik kan me er gewoon zo weinig bij voorstellen, bij ouder worden of erger nog, doodgaan. En wat je je niet voor kunt stellen, dat bestaat niet.
16 September 2008 :: 23:14

De gelukkigmaker

Het eten staat op tafel en we kunnen opscheppen. Maar dan zit J. een beetje te mokken, lusteloos op haar stoel. Mondhoeken naar beneden en haar armen hangen zwaar op de tafel, niet van zins op te scheppen en te gaan eten. Duidelijk gevalletje niet goed in haar vel.
Dus ik laat mijn bord leeg en vraag wat er aan de hand is. J. weet het niet. Uiteraard, want als je niet lekker in je vel zit, weet je nooit waar dat aan ligt. Ik in elk geval ook niet. En zin om erover na te denken heb je dan ook nooit, dus zelfs al zou je de oorzaak kunnen achterhalen: je doet het niet.
We praten wat, concluderen het een en ander, scheppen op, wisselen tips en trucs uit, ik doe een dansje en we eten ons koude saucijsje op. Het helpt, want J. is weer de vrolijke J. van altijd.

Als we vijf minuten later beneden achter onze computers zitten (ja, wij eten altijd op de eerste verdieping; raar huis, moet u weten), ga ik achter een lachende J. staan, omhels haar en zeg: "Nou, ben ik toch een beetje een gelukkigmaker."
"Oh?" J. weet het meteen in twijfel te trekken. "Heb je vandaag soms al een stukje geschreven? Want daar word ik pas echt gelukkig van."

Nou, J., deze is dan voor één keer voor jou. Smile, you're on The Right of the Strongest!
15 September 2008 :: 20:36

Even doorwerken

Net terug uit Rome vindt J. het de hoogste tijd om er even tussenuit te gaan. Rust, daar was ze aan toe. En dus boekte ze samen met haar zus een hotelletje voor afgelopen nacht en zat ik 's avonds moederziel alleen achter mijn bureau.
Het peertje aan het plafond, een bureaulamp en mijn scherm: dat was gisteren het licht in mijn leven. Maar geen probleem, ik moest toch iets voorbereiden. Vandaag had ik namelijk een afspraak met een klant en u snapt ook wel dat vakantie vakantie is. Ik had dus nog niks gedaan.
De deadlinestress sloeg echter toe en ik dicht. Er kwam weinig uit mijn vingers. Beetje weblogs lezen, een spelletje sudoku. Even snel tv kijken, nog een rondje langs de diverse blogs (ja, die online stalker gister, dat was ik) en verder... niks. Wel werd ik steeds moe-er en om tien uur vielen mijn ogen bijna dicht en dachten mijn hersenen op halve snelheid.
Pas om een uur of elf wist ik mezelf te dwingen maar gewoon te gaan tikken. En zowaar, tot een uur of een werkte ik door en vond ik het fijn dat J. er niet was. Hoefde ik het niet vervelend te vinden dat ze alleen in bed lag.

En die afspraak? Natuurlijk kreeg ik vanochtend een mailtje dat het verzet moest worden. Zo voorspelbaar. Bah.
14 September 2008 :: 22:40

Circus

Als we naar onze (nu ja, mijn) favoriete ijszaak willen slenteren, worden we tegengehouden door de carabinieri. "Pasta spaghetti pizza gucci, basta!" Wat 'ie precies zegt, weten we niet, maar de straat komen we niet in. Nu ja, dan maar even een blokje om, we hebben toch de tijd.
Ik bestel een bakje met yogurt en limone en J. neemt wat mousse. Al lepelend lopen we naar buiten en de carabinieri staat nu voor de ingang. Het gepeupel mag niet meer naar binnen en het scheelt niet veel of wij worden naar buiten getrapt. Helaas kunnen we door de haag bodyguards en Interessante Mensen niet zien wie er zo belangrijk is dat de ijszaak van de buitenwereld afgesloten wordt, dus beluiten wij bij de fontein voor het Pantheon te gaan zitten wachten. Daar staan namelijk een stuk of vijftien zwarte auto's en een massa mensen, dus wij hebben een donkerbruin vermoeden dat de Mysterieuze Belangrijke Mensen hier wel weer terug zullen komen. En gezien het aantal auto's, de carabinieri en de zwerm Interessante Mensen vermoed ik dat het het nationale voetbalelftal is of minimaal het kabinet.
Dan begint het te gonzen. Er klappen wat mensen en twee gorilla's in zwarte pakken lopen vast vooruit, een vinger tegen het oor en druk tegen hun kraag pratend.
Daar komen ze! Daar komen ze!

Uhm... Twee oude, kale mannen. Dick Cheney en vast ook een belangrijke Italiaan. Daarvoor is het halve leger uitgerukt en zijn de straten afgezet. Veel veiliger zo. Véél veiliger. Ja, hoor.
Twee. Mensen. En niet de minsten, hoor, daar niet van. Maar hé, je kunt ook overdrijven. Wat een circus.

Wij lopen terug en bestellen een nieuw ijsje. Want alle belangrijke mensen eten daar ijs.
13 September 2008 :: 10:41

De Wet van het Winkelen

"Schat, ik heb nog een nieuwe broek nodig." We stappen een hippe kledingzaak binnen en J. wil eerst even bij de vrouwenafdeling langs.
"Kijk! Kijk! Een broek met bretels! Hoe gaaf!" Een kwartier later lopen we de zaak uit en heeft J. een nieuwe broek en ik niks.

"Dan nog een paar schoenen. Die kan ik wel gebruiken," stel ik als ik naar mijn versleten sneakers staar. J. knikt instemmend en we struinen enkele schoenenzaken langs.
"Uhm, Cyriel, wat vind je daarvan?" J. wijst me een paar schoenen aan en ik kan alleen maar bewonderend terugfluisteren: "Dat zijn ze, schat. Dé schoenen voor jou."

Bij een riemenzaak wil J. naar binnen en komen we met twee riemen voor mij naar buiten. U raadt het al: eigenlijk had J. een riem nodig.

En nu heb ik dus een winterjas en twee riemen, heeft J. een paar schoenen, een nieuwe broek. Wel hebben we allebei een nieuw overhemd (of blouse, hoe u het noemt), maar daar waren we niet naar op zoek.
Alleen die nieuwe jurk van J., daarvan weet ik zeker dat die niet eigenlijk voor mij bedoeld was.
12 September 2008 :: 23:09

Terug naar huis

Als J. en ik bij de gate willen gaan wachten, blijken alle zitplaatsen bezet. "Dan gaan we toch alvast in de rij staan? Zitten kunnen we toch niet." De praktische aard van J. biedt altijd uitkomst en we staan dus lekker vooraan.
Hierdoor kunnen we ook in het vliegtuig een goede plek uitzoeken. "Ik wil bij het raam en niet bij een vleugel!" Op de heenreis kon ik niks zien en ik stel dus alvast wat eisen. Geen probleem, we vinden twee mooie plekken. Een man met een zwart overhemd en een wit boordje komt met veel misbaar binnenzetten. Hij trekt meteen onze - negatieve - aandacht. Er zijn nog zo'n honderd plekken vrij, maar deze priester besluit naast J. te gaan zitten.
"Oh, man, wat stinkt hij!" De afschuw is van J.'s gezicht te lezen. "Als hij zijn armen maar naar beneden houdt!"
Een vieze vlaag van oud mannenzweet dringt mijn neus binnen. "Boh, ik ruik het ook," fluister ik zacht terug. We maken ons op voor een lange, zware vlucht.
Dan echter komt er een groep mensen binnen waar de priester duidelijk bijhoort en deze mensen gaan allemaal een paar rijen voor ons zitten. De priester vindt dit ongezellig en na wat dralen heft hij zijn armen op. J. valt bijna flauw en ook ik moet flink met mijn boek wapperen om de lucht te verdrijven. We verwachten een gebed naar de hemel, maar de man pakt zijn tas uit het bagagerek en gaat bij de groep zitten.
"En dit was het bewijs dat er toch een God is." J. zegt wat ik denk. We kunnen veilig terug naar huis.
09 September 2008 :: 21:57

Ave

Zij die morgen nog eens flink gaan shoppen, groeten u.
04 September 2008 :: 23:10

Even weg

Een jongen zwerft door de thermen van Caracalla, althans wat er van dit imposante complex over is. Hij heeft een pak aan dat een maatje te groot zit. De zon schijnt en hij heeft een stoere zonnebril op. Een te grote boekentas hangt aan zijn schouders. Toch is hij duidelijk niet ouder dan zestien en juist dat maakt hem aandoenlijk.
Zijn klasgenoten staan bij een docent. Aandachtig luisteren zij naar zijn verhaal, maar de jongen dwaalt af. Hij loopt het complex in, komt een andere ruimte weer uit. Zwerft wat over het gras, gaat op een bankje zitten. Na vijf minuten stil zitten staat hij weer op om naar het volgende bankje te gaan. De route die hij volgt lijkt welbewust en het lijkt of hier hier thuis is.
Een klasgenootje loopt naar hem toe en gaat naast hem zitten. Maar waar je een gesprek verwacht, wisselen ze enkel twee woorden uit. De jongen lijkt zijn klasgenootje nauwelijks op te merken. Dan staat het klasgenootje weer op en gaat terug naar de groep. De jongen maakt een vergelijkbaar rondje door het badhuis, staat soms stil, bekijkt iets aandachtigs, gaat dan weer zitten of loopt gewoon door.
Als zijn klas het terrein verlaat, weet hij net op tijd aan te sluiten. Het badhuis wordt weer een ruïne en de jongen keert terug naar 2006.

J. en ik staan op. Ook ik heb genoeg gezien.
03 September 2008 :: 17:17

Vreemdgaan

"Hoi, ik wilde eigenlijk een afspraak maken bij J., om geknipt te worden." J. is een echte kapstersnaam en ze knipt me al tien jaar. Ze onthoudt alles wat we besproken hebben en tja, dat waardeer ik wel. Eigenlijk vind ik het altijd wel gezellig om naar de kapper te gaan.
"Nou, dat kan dan vanaf dinsdag, want dan is J. weer terug van vakantie."
"Oh." Hier had ik niet op gerekend. Vrijdag gaan we naar Rome en eigenlijk wil ik er voor die tijd wel piekfijn uitzien. En J. knipt altijd mijn haar. Het is nooit echt spannend geknipt, maar ik vind het prettig om een vaste kapster te hebben. Ook al wil ik al vijf jaar een spannender kapsel en krijg ik dat bij J. nooit (want ik heb het haar wel eens voorgesteld). En ik vermoed dat de andere kapsters daar me hier ook niet aan kunnen helpen.
"Nou, dan... uh... dan wacht ik wel tot na dinsdag."
"Maar wij kunnen je toch ook knippen?"
"Nee, ik heb... ik... ik heb liever een vaste... uhm... ik word liever door dezelfde kapster geknipt." Ik stotter mijn halve waarheid bij elkaar. Want ik heb zojuist besloten voor het eerst in tien jaar naar een andere kapper te gaan. Die van J. (j.-tje, wat zijn er een hoop J.'s), want J. heeft wel altijd een gaaf kapsel.
Met een dooie hamster op mijn hoofd ga ik namelijk niet door Rome wandelen. Dan ga ik maar een keertje vreemd. Over een week of acht ga ik wel weer een keer naar J. Mag mijn oude, vertrouwde, veilige kapsel weer terug, probeer ik nu eens wat anders.
03 September 2008 :: 00:51

Op de plaat

Omdat wij over drie dagen in Rome zitten, hadden we een nieuw fototoestel nodig. En nu is J. mij de hele dag op de gevoelige plaat aan het leggen.
"Cyriel, psst." Als ik niet reageer, weet ik dat ik dit de komende vijf minuten krijg te horen. "Pssst, Cyriel. Kijk nou eens. Pssst, pssst."
Dus braaf draai ik me om en laat me voor de zoveelste keer fotograferen. Ik snap er de lol niet van, maar goed. J. vindt het in elk geval grappig.

Als het heel hard waait, loop ik het terras op om de wind te vangen. J. staat in de open schuifdeuren en ik zeg: "Zo, dat waait. En nu gaat het nog regenen ook. Lekker weertje!"
"Ja," antwoordt J. "Geniet er maar van." En ze draait snel de deur op slot terwijl de hemel echt openbreekt. Ik besluit me niet te laten kennen en ga niet aan de deur drammen. Onder de tafel zijn de tegels nog droog, dus kruip ik onder de tafel. Als ik mijn hoofd naar de deur draai, kijk ik recht in de lens van onze nieuwe camera. J. lacht me uit en wil me als een mak schaap voor het nageslacht vastleggen.
Snel wend ik mijn hoofd af en achter mij flitst het.
Ik ben zo blij dat de deur dicht is en ik geen "Pssst, pssst" hoor.
01 September 2008 :: 23:10

Hoort, de wind waait door de bomen...

Ondertussen heb ik door hoe stormen aan hun naam komen. En als J. en ik naar het journaal kijken, zeg ik voor de gein dat ik ook best een orkaan met mijn naam wil.
Maar zo stoer vindt J. dat niet. Een beetje je naam aan leed verbinden. Duizenden mensen dakloos, enkele doden. En daar wil ik dan mijn naam aan verbinden. Kom op, zeg, word eens volwassen, Cyriel.
Natuurlijk heeft J. gelijk. Maar ik wil ook graag bekend zijn. En daarom brom ik het hele bericht lang nog een beetje voor me uit.
"Grmbl, Cyriel is toch best een stoere naam, mompel mompel, dat kan toch best, pruttel."

Dan laat J. ineens een keiharde scheet en even ben ik stil.
"Zo," zegt J., "die noemen we dan Cyriel."

En ongestoord kan ze de rest van het journaal afkijken.

Het recht van de sterkste

Tijmen (31), José (29) en Koosje Jans (0) bezien de wereld met hun eigen blik. En daar schrijven ze dan over. Nu ja, Koosje Jans natuurlijk niet, maar Tijmen en José wel. Hoe, dat is zelfs voor hen regelmatig een verrassing.

Logtantes

Zij zijn reeds gelauwerd en geprezen. In de literaire wereld houdt men al sinds de negentiende eeuw rekening met deze vooruitstrevende dames en nu zijn ze weer helemaal terug. Rosalie en Virginie, wij zijn vereerd dat wij in jullie zog mee mogen doen!

Nuit Blanche

Net geschoten

José (Oma): @Wien: Absoluut! Ze heeft…
José (Tienertour): @Nicolette: Echt waar, wo…
sanneke (Oma): Wat mooi, José. Volgens m…
Nicolette (Tienertour): Hé wat grappig vanuit Lel…
Wien (Oma): Prachtig, ontroerend José…
José (Oma): @Octavie: Dank je. Ik heb…
Jeanine Guidry (Oma): Oh Jose, daar ben ik dus …
Octavie (Oma): Ach, wat ontroerend, mijn…
José (Oma): @Marieke: Ik vrees dat T…
Dionne (Oma): Wat een mooie oma.

Zoek!