17 November 2008 :: 17:57
Zie je mij zitten? Links achteraan, daar in de hoek. Altijd het liefst in de hoek, want daar val je het minste op en heb je bescherming van twee kanten. Ik wil altijd alles in de gaten kunnen houden, zeker als ik ergens ben waar ik nog nooit ben geweest.
Zie je het? Ik zit licht voorovergebogen, met mijn handen met de polsen tegen elkaar aan maak ik een kom, mijn hoofd in die kom. Beetje ongemakkelijk, zo voel ik mij ook. Ik weet namelijk niks anders te doen dan te kijken. En dat is leuk, maar niet als je al drie uur achter elkaar naar hetzelfde zit te staren. Na een tijdje ga je kijken of dingen nog net zo zijn als het uur ervoor. Of twee uur, drie uur mag ook. Je controleert je kijken. Dat doe je één keer, je controleert daarna of je goed gecontroleerd hebt en dat controleren controleer je weer. Eén keer, twee keer, drie keer, vier keer, veel keer.
Daar, zie je die deur? De enige deur in de ruimte. Ik draai mijn hoofd even in de richting van de deur. Ik hoopte dat er iemand binnen zou komen, net als nu precies tweeënvijftig minuten en dertien seconden geleden. Een nieuw iemand om te bestuderen. Gelukkig bleef die iemand van tweeënvijftig minuten en achtenveertig seconden geleden ook zitten, had ik weer tien minuten iets te bekijken. Spannend ook, want hij mocht natuurlijk niet zien dat ik hem aan het bekijken was. Zodra ik ook maar een beweging van zijn hoofd dacht te bemerken, draaide ik voor de zekerheid mijn ogen weg. Maar dan niet te snel natuurlijk, want anders zou hij dat kunnen zien en zou hij weleens kunnen denken dat ik naar hem zat te kijken en dat mag natuurlijk niet. Kom, ik ben geen bespieder.
Kijk eens goed, zie je dat er wat veranderd is? Ik ben namelijk gaan verzitten. Nu met mijn benen ver uitgestoken, kont op het voorste randje van de stoel, rug tegen de ruggenleuning en mijn armen gekruist voor mijn borst. Ik kijk, denk ik, heel stoer. Of althans, dat weet ik zeker, ik probeer heel stoer te kijken. Ik hoop dan ook dat niemand het waagt iets tegen mij te zeggen. Ik heb geen zin in de verhalen van die puistenkop, die gaat vast vertellen naar wat voor een te gek cool wrede computerbeurs hij is geweest. En dan die dikkere vrouw daar, die ziet er uit alsof ze denkt dat gezellig is en dan gaat praten over de o zo leuke plantjes van mevrouw Janssen in een dorp ver verwijderd van mijn woonplaats, een dorp waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. Het enige leuke aan dat verhaal zou de plaatsnaam kunnen zijn, ik gok namelijk dat het dorp iets van Gaarkeuken of Doodstil heet of zo. Maar ja, dan zou ik vast hard moeten lachen, terwijl zij niet inziet wat er zo grappig aan is en ze zou me met een stalen gezicht de hele geschiedenis van de dorpsnaam gaan vertellen. En daar dan, dat hele dunne meisje, ze mag mijn boterham wel hebben. Al denk ik dat haar maag niet groot genoeg is om de boterham in één maaltijd te verorberen. En daar, dat meisje, ik vind haar onaantrekkelijk. Zat er maar één leuk meisje tussen, gewoon, een vrolijk gezicht, een mooie lach, dan was ik al wat blijer. Hoewel, uiteindelijk zie ik altijd wel iets dat niet mooi is. Als je maar lang genoeg kijkt. En daar heb ik hier wel tijd voor.
Zie je de wijzers op de klok verspringen? Die klok boven de deur. Ik heb ontdekt dat een seconde niet één seconde duurt, maar iets korter. Als hij namelijk zestig tikjes heeft gemaakt en dus een heel rondje, wacht hij heel even en springt de minutenwijzer eerst een minuutje. En dus kan een seconde op die klok nooit precies een seconde duren. Dit geldt trouwens ook voor stationsklokken . Maar wat heb je aan een secondewijzer als die niet werkt zoals hij moet werken? En wat nu als niet alleen de secondewijzer bovenaan staat, maar ook de minutenwijzer? Wachten ze dan allebei totdat de urenwijzer een sprongetje heeft gemaakt? Wel ironisch, ik heb nu tijd genoeg om daar op te letten, maar om een of andere rare reden kijk ik net niet als dat voorkomt. En nu ik er toch over nadenk, stel dat de seconden- en de minutenwijzer bovenaan wachten, wat dan als ook nog eens de urenwijzer bovenaan staat? Om twaalf uur, waar wachten die drie dan op? Blijft de tijd dan staan? Ontploft de klok dan? Maar voor ik dat weet, zijn we een uur of acht en dertien minuten verder en dan hoop ik hier toch niet meer te zitten.
Zie je dat, die man die probeert te slapen? Goed idee, slapen hier. Wat heb je immers beter te doen? Misschien moet ik ook maar eens mijn ogen sluiten, ze zijn wel wat zwaar. Heb ik altijd, als ik te lang alleen maar rondkijk. Je wordt er zo gruwelijk moe van, van niks doen. En wachten is niks doen. Ik zou ook wel willen slapen, heb zelfs al een tijdje de ideale houding ervoor. Lekker onderuitgezakt. Oh man, ik kan mijn ogen bijna niet meer openhouden, zeker nu ik aan slapen denk. Toch maar even mijn ogen dicht en slapen? Maar ik durf eigenlijk niet, niet met al die vreemde mensen er bij. Wat moeten die wel niet denken als mijn hoofd scheefzakt. Erger nog: als mijn mond een beetje gaat openhangen en d’r zo’n speekselsliertje uitloopt. Of nog erger: als ik begin te snurken? Wat moeten die mensen wel niet denken? En zelfs al zou dat allemaal niet gebeuren, iemand kan zomaar aan mijn spullen zitten. En dan word ik wakker en ben ik al mijn spullen kwijt. Nee, ik kan maar beter wakker blijven, ook al kost me dat zo veel moeite.
Kijk, daar pakt die jongen wat drinken, zie je? Ik heb ook dorst, maar heb al in het eerste uur het laatste water opgedronken dat ik bij me had. Mijn tong is droog en mijn keel begint zeer te doen. Ik had niet verwacht zo lang hier te moeten blijven. Anders had ik het water opgespaard, had ik gewacht met drinken. Had ik niet heel gulzig de fles aan mijn mond gezet, maar had ik slechts mijn lippen bevochtigd, misschien een klein slokje genomen als alles echt te droog werd. Maar nu is het te laat. Ik heb dorst en ik kan niet aan water komen. Misschien kan ik wat aan die jongen vragen. Aan de andere kant, ik wil niet dat hij met me praat. En misschien wil hij wel helemaal geen water afstaan, maar begint hij over die computerbeurs. En springt er een puist open. Maar dorst heb ik wel. Is er nergens een fonteintje hier? Waar ik mijn fles met water kan vullen? Ik ken de hele ruimte al uit mijn hoofd, maar kijk toch voor de zekerheid nog een keer om mij heen. Helaas…
He, kijk daar eens, de man heeft zijn ogen geopend. Hij kijkt deze kant op. Niet kijken nu. Waarom kijkt hij naar mij? Wil hij iets zeggen? Is hij op mijn spullen uit? Even kijken of hij nog kijkt. Langzaam, zo nonchalant mogelijk draai ik mijn hoofd in zijn richting. Met mijn ogen maak ik een snelle beweging langs zijn blik. Nog steeds heeft hij zijn ogen op mij gericht. Ik voel me ongemakkelijk, heb geen idee wat die man denkt, wat hij wil. Of kijkt hij slechts naar mij om de tijd te doden? Zou hij hetzelfde denken als ik? Nee, dan had hij wel zijn hoofd weggedraaid toen ik mijn hoofd naar hem toedraaide. Nog steeds kijkt hij. Zal ik hem groeten? Hij ziet er niet onaardig uit. Toch durf ik hem niet aan te spreken. Ik wil hem eigenlijk ook niet aanspreken. Ik blijf liever alleen.
Zie je dat tijdschrift naast me liggen? Blijkbaar hebben ze er hier ook een abonnement op. Zelf krijg ik hem ook elke week in de bus. Deze is van drie weken geleden. Ik lees hem altijd op de wc. Als ik moet gaan poepen, neem ik altijd het blad mee. Ik poep ongeveer drie keer per dag en in een week tijd kan ik precies het blad helemaal lezen. Er staan veel goede artikelen in. Ik pak het blad op en blader het nog eens door. Dat heb ik nu al drie keer gedaan en ik blijf op zoek naar ongelezen teksten. Vandaag heb ik alle advertenties in het blad gelezen. De echte teksten had ik immers al thuis uitgelezen, op de wc. Er staan ook goede strips in. Als er eentje echt goed is, knip ik hem uit en plak hem op de wc. In een studentenhuis is het altijd interessant op de wc. Als ik op een vreemde studenten-wc kom, blijf ik ook altijd langer dan noodzakelijk zitten. Eigenlijk wil ik dan altijd alles lezen wat er hangt. Goed doen die gratis kaarten het en de stripjes uit de krant. In drie tekeningen iets grappigs vertellen. Knap eigenlijk, om dat iedere dag te kunnen doen. Maar goed, ik heb het blad dus nu echt helemaal uit en alles gelezen. En gecontroleerd of ik alles gelezen had. Ik leg het blad maar terug.
Hee, luister, daar klinkt de bel! Drie heldere klanken galmen door de ruimte. Iedereen kijkt op alsof ze zojuist wakker zijn gemaakt. Ik sta op en iedereen kijkt mij aan. Ik mag nu de deur door en aan het einde van de gang moet ik rechts zijn. Daar krijg ik te horen hoe het verder moet.