Halloween
Twee dagen nadat hij het briefje in zijn brievenbus had gevonden, was hij er helemaal klaar voor. Hij zat helemaal in zijn rol, voor één keer zou hij meedoen.De bel ging en hij zag een bende heksen en ander gespuis voor zijn raam staan. Ze hadden hem gezien, maar hij stond niet op. Even wachten nog...
De kinderen wilden al verder lopen, maar toen stond hij op. De kleinste, die dankzij zijn te korte beentjes overal achteraan moest rennen en de kleinste snoepzak had, zag hem en riep naar de anderen. "Hij komt! Hij komt toch!"
Zeven kinderstemmetjes probeerden tegelijk hetzelfde liedje te zingen, toen hij de deur opende. Hij wachtte even netjes tot ze bijna bij het eind van het liedje waren en brak ze toen af. Even de keel schrapen en een beetje nors bromde hij: "Sorry, hier doe ik niet aan mee."
Het gezang stokte. Eén zalige seconde stilte vulde de straat. Eén seconde, waarna ze verontwaardigd kwebbelend naar de buurman trokken.
"Op 11 november, met een lampion, dan mogen jullie terugkomen! Niet voor zo'n stom Amerikaans feest!" Hij riep het nog snel voor hij de deur dichtdeed. "Als jullie tenminste niet weer van tevoren om snoep vragen!"
Tevreden ging hij zitten. Voor Halloween had hij toch een haast perfecte Boze Buurman neergezet.
Maar hij meende het wel, dacht hij bij zichzelf. Twee dagen van tevoren een briefje in de bus doen. 'Over twee dagen komen wij met Halloween langs. Heeft u dan snoep in huis?' De brutaliteit.
Kinderen die vragen, die worden overgeslagen.
