02 Juli 2010 :: 16:57
Vandaag stond het NK voor journalisten op het programma. Op het parkoers van de Tour-proloog, dus zeer speciaal voor elke wielerliefhebber. En laat ik dat nu zijn. Dat durf ik gerust te zeggen.
Maar goed. In normale doen kan ik een rol van betekenis spelen. Ik zeg niet dat ik hem wel even ga winnen, aangezien ik het sprintvermogen van een strijkijzer heb. Maar ik denk dat ik wel tot de sterkere renners behoor. Zoals gezegd, in normale doen.
Dit jaar had ik echter diverse excuses. Ik ben ruim vier maanden geblesseerd geweest, train pas sinds een paar weken en ben de afgelopen dagen ziek geweest. Ik weet het, dat zegt elke wielrenner voor elke wedstrijd. Een wetmatigheid in het wielrennen. Zou ik in normale doen ook zeggen. Ware het dan dat het niet waar was en nu dus wel.
Zonder enige hoop trok ik naar Rotterdam. Mijn enige doel was het rijden van wedstrijdkilometers, want daar ligt voor mij momenteel de winst. En de winst lag in een nieuw pakje. Ik schrijf namelijk met enige regelmaat voor Rabosport.nl en zij sponsorden mij met een prachtig Rabo-pakje. Verafschuw ik normaal renners die in kleding van profploegen rijden, nu ik gesponsord werd, is dat natuurlijk anders. Enige trots lag op mijn schouders.
Helaas konden we voor de wedstrijd het parkoers niet verkennen. Het was namelijk hermetisch afgesloten, omdat de profrenners, de echte mannen, de klasbakken die de Tour rijden, het parkoers voor hún wedstrijd verkenden. Jammer, maar dan maar rond het parkoers warmrijden.
En daar gebeurde wat voor mij het hoogtepunt van deze wielerdag was (oké, Nederland-Brazilië was ook best leuk, maar dat had dus niks met wielrennen te maken). Steeds als ik namelijk een hoek omging en even aanzette, zag ik het enthousiaste publiek en de aanwezige fotografen snel naar hun fototoestellen grijpen en een plaatje van me maken. Eerst vroeg ik me af waarom, totdat ik door een leuke jongedame werd aangesproken.
"Succes, hè, morgen! Tof dat we jullie live kunnen zien."
Ah, mijn kleding! In mijn hoofd had ik natuurlijk mijn standaard pakje aan, maar dat zagen zij natuurlijk anders. Oké, de fiets is van een heel ander merk, maar blijkbaar zie ik er (af-)getraind genoeg uit om voor een prof door te kunnen gaan.
In al mijn professionaliteit antwoordde ik dan ook: "Tuurlijk, geen probleem. Waar moet je die handtekening hebben?"
Een mooi sportweekend was begonnen.