10 Mei 2011 :: 15:18
Wielrennen is een prachtige sport. Het vraagt het uiterste van een atleet en kent veel meer verliezers dan winnaars. Ik kan mijn energie er in kwijt, baal als ik niet goed rijd, maar ben nog sneller euforisch als het wel goed gaat. Het is de kick van de snelheid, het opzoeken van het randje. Haal ik deze bocht nog? Kan ik deze snelheid nog minuten aanhouden?
Ooit was ik geblesseerd en reed ik voor onze ploeg in de volgwagen, tijdens een tweedaagse wedstrijd. Ik baalde dat ik zelf niet kon rijden, maar wilde me toch voor de ploeg nuttig maken. Reservewielen klaar en ladingen bidonnen mee. Het was bloedheet, zo'n echte zomerdag - in de lente. Een andere studentenploeg had geen volgauto tot hun beschikking en vroeg of wij ook hun renners van wielen en water wilden voorzien. Geen probleem natuurlijk. We zijn concurrenten, maar hebben allemaal uiteindelijk hetzelfde doel: genieten van het afzien.
In de laatste ronde lag er een renner met een blauw-grijs shirt in het gras. Er zaten al mensen van de organisatie naast, toch piepende remmen en ik sprong met een wiel in mijn hand uit de auto. Ik had immers beloofd ook deze renner te helpen.
En toen overviel de stilte me. Ik hoorde de wind waaien, vogels fluiten en de motoren van de volgauto's die voorbijreden. Maar geen gepraat van de arts tegen de gevallen renner en vooral geen gekerm of geschreeuw van de renner zelf. Niks dan stilte. Enge stilte.
Dan weet je genoeg. Als een renner geluid maakt, komt het wel goed. Gejammer kan door merg en been gaan, maar is een teken van leven. Stilte is hels.
De dag erna ging de koers niet verder. De jongen was overleden aan een acute hartstilstand. En wij, de renners, de volgers, de organisatie, wij waren verslagen.
Maar de koers gaat door, zoals dat heet. Er kwamen nieuwe wedstrijden en het voorval drong steeds verder naar de achtergrond. Soms dacht ik nog aan hem, als ik als hypochonder mij voorstelde dat het tijdens de koers zomaar over kan zijn. Maar ook dat werd minder en minder.
Tot gisteren. Ik zat de Giro te kijken omdat ik daarover mag schrijven. Een fijne klus, want wie is er nu niet graag professioneel met zijn grote liefde bezig? Ik wel.
Er werd een valpartij gemeld. Er wordt vaak een valpartij gemeld, dus erg schrik je er niet meer van. Totdat
de gevallen renner in beeld kwam.
Hij was stil. Oorverdovend stil. En denkend aan die jongen, jaren geleden, in het gras, wist ik genoeg. Ik hoorde hetzelfde. Niets.
Wielrennen is een prachtige sport. Maar soms even niet. Dan kent het één verliezer te veel.