Dertien jaar geleden
Iedereen heeft wel enkele data in zijn kop gegraveerd. Van die momenten die de tijd verdelen in voor en na. Natuurlijk zitten daar van die grote gemene delers tussen als je eerste vriendinnetje, je trouwdag, je kind, enfin, u kent ze wel.Maar je hebt ook van die eigen momentjes. Zo'n datum die eigenlijk alleen voor jou belangrijk is, maar waar je wel elk jaar weer opnieuw bij stilstaat. Gewoon, omdat het weer die dag is.
22 juni 1998 is er voor mij zo eentje. Ik had de week ervoor te horen gekregen dat ik geslaagd was en had een te gekke zomer voor de boeg. Eindexamenfeesten, rijexamen, diploma-uitreiking, vakantie naar Salou (dat mag nog op je 18e), een hele zomer hard werken en daarna eindelijk naar de grote stad. Naar Nijmegen, om te studeren en op kamers te gaan.
Het is 21 juni 1998. Locatie: iets buiten Sittard, in Oirsbeek. Tijdstip: 22.00 uur. Reden: eindexamenfeestje. Omstandigheden: apocalyptische regen. Mijn moeder belt naar het feestje om te zeggen dat ik voor de terugweg maar gewoon een taxi moet pakken. De fiets halen we later wel op. Dus ik zet het op een drinken, want ik hoef niet meer te fietsen.
Een uur of vijf later is het wonder gebeurd: het is droog. Met twee vrienden willen we de taxikosten besparen en besluiten we alsnog terug te fietsen. Op de Windraak (heuvel tussen Oirsbeek en Sittard) ligt bergafwaarts een parkeerplaats. Ik denk grappig te zijn en wil de parkeerplaats opduiken om honderd meter verder weer het fietspad op te gaan. Dat is in mijn geval niet raar, want zulke dingen doe ik ook in nuchtere toestand.
Ik rij dus de parkeerplaats op, schiet achter de heg waar ik denk dat er asfalt ligt (het is donker, dus niet te zien) en word pas weer wakker als ik de ziekenauto in ga - althans, dat gedeelte herinner ik me. Echt helder staat het me pas weer vanaf een dag later bij.
Wat bleek? Achter de heg lag een betonnen greppel. Zo'n meter diep. En die geven weinig mee als je daar met zo'n vijfendertig, veertig kilometer per uur induikt. Heel mijn gezicht opengescheurd, gek genoeg niks gebroken. Dat zal de alcohol zijn geweest, die maakt de mens toch wat flexibeler. Maar vooral: alle eindexamenfeestjes afzeggen, waaronder de mijne. Rijexamen voor onbepaalde tijd uitstellen. Alleen snel bij de diploma-uitreiking zijn, maar niet op de borrel blijven hangen. Vakantie naar Salou afzeggen. Niet werken. En net op tijd hersteld zijn om tijdens de intro weer te drinken - wat prompt mijn eerste keer alcoholspugen oplevert. En voor altijd enkele littekens in mijn gezicht.
Het gekke is dat ik ondertussen zo aan die littekens gewend ben, dat ik mij niet meer zonder kan voorstellen. Alleen de dikke lip voelt nu, na dertien jaar, nog steeds onwennig aan, niet bij mij horend. Maar het is vooral een heel duidelijke scheidslijn geworden tussen mijn jeugd en mijn zelfstandige leven als volwassene. Op 22 juni 1998 stopte mijn jeugd, mijn schoolperiode. Twee maanden later was ik eindelijk hersteld en kon ik mij weer volop in het leven storten, maar nu in het studentenleven.
En elk jaar op 22 juni kijk ik in de spiegel, zie de littekens weer eens en denk terug aan het greppelkoppen. Omdat dat nu mijn datum is.
